'Waar zit die jongen nou toch?!' is een veelgehoorde
kreet in hotel De Gouden Haan. Want Ties weet ontelbare
verstopplekjes in het hotel van zijn ouders: de afwaskeuken,
het toneelzaaltje of een van de twaalf wc's. Zijn ouders
hebben vaak weinig tijd voor Ties, maar gelukkig heeft
hij vrienden. Zoals Rudolf, de kelner die hem leert
goochelen, mevrouw Beers van de afwaskeuken en natuurlijk
haar dochter Mitsie. Als Mitsies moeder van diefstal
wordt beschuldigd, gelooft Ties daar niets van. Hij
gaat op zoek naar de echte dader.
Jacques:
Ik was al jaren van plan boeken te schrijven over
een hotel en in 1990 verscheen Bonje in het Bonshotel.
Daarna schreef ik heel lang niet meer over een hotel.
Maar ik dacht er wel vaak over na en schreef ideeën
op. Over een gezellig familiehotel met een stuk of
tien logeerkamers, een restaurantje waar je wat kunt
eten, en een café waar je koffie kunt drinken
met een groot stuk taart erbij.
Het is trouwens niet zo gek, dat ik vaak aan een hotel
denk. Ik ben opgegroeid in een hotel, omdat mijn ouders
daar de baas van waren. Ze hadden het altijd druk,
maar gelukkig viel er veel te beleven.
Achter het hotel was een zaaltje met een toneel. Daar
voerden we samen met de kinderen uit de buurt toneelstukken
op. Meestal werd het een puinhoop omdat we maar wat
deden. Op een dag besloot ik alles op te schrijven
en eindelijk ging het goed met onze toneelstukken.
Iedereen deed ineens precies wat ik had opgeschreven
én ik ontdekte dat ik schrijven heerlijk vond.
Als ik een boek schrijf, hussel ik fantasie en werkelijkheid
altijd door elkaar.
Ik woon nu in Zuid-Limburg, dus daarom staat Hotel
De Korenwolf daar ook. Het is genoemd naar de wilde
hamster die in Limburg voorkomt.
De kinderen lijken veel op mijn eigen kinderen, maar
ook op de vriendjes en vriendinnetjes met wie ik toneelstukken
opvoerde in het zaaltje bij mijn ouders.