'Ward, doe even normaal, anders ga je maar op de gang
staan,' roept meneer Fred.
Stomme vent, denkt Ward. Waarom bedenkt meneer Fred
niet eens wat anders? Zoals: 'Ga maar op het plein staan'
of 'Op het dak zitten'.
Ward krijgt vaak op zijn kop. Hij schrijft woorden achterstevoren,
valt soms van zijn stoel en roept door de klas. De andere
kinderen moeten wel om hem lachen, maar echte vrienden
heeft hij niet. Als hij voor de zoveelste keer naar
de gang wordt gestuurd, klimt hij voor de verandering
in de gootsteen.
Bij Ward thuis gaat het ook dikwijls verkeerd. Zijn
vader wordt dan boos en zijn moeder verdrietig. Langzaam
wordt duidelijk dat Ward meer hulp nodig heeft dan ze
hem op school kunnen geven. De enige die hem snapt,
is juffrouw Marion. Maar wat kan zij in haar eentje
voor hem doen?
Jacques:
Toen ik op de basisschool zat, had ik heel veel problemen
met spelling en dictees. Ik was eigenlijk dyslectisch
(woordblind), maar op mijn school hadden ze daar nog
nooit van gehoord. Ze zeiden alleen maar dat ik 'stom'
was (net als over Ward wordt gezegd in dit boek).
Gelukkig kreeg ik later een juf die mij wel kon helpen.
Ik lijk dus wel een beetje op Ward. Met dit boek wilde
ik ook laten zien dat kinderen die naar een speciale
school moeten niet dom of raar zijn. Ze kunnen heel
veel dingen erg goed. Maar sommige dingen niet en
op een speciale school (met kleine klassen) kunnen
de onderwijzers deze kinderen veel beter helpen.